Deze website gebruikt cookies om je beter te kunnen helpen. Instellingen
Cookie instellingen aanpassen

Deze website maakt gebruik van functionele en statistische cookies, die noodzakelijk zijn om deze site zo goed mogelijk te laten functioneren. Hieronder kan je aangeven welke andere soorten cookies je wilt accepteren.

Wij gebruiken de volgende cookies:

Geeft overheid energiecoöperaties een eerlijke kans?18 december 2017

Coöperaties kunnen (de)centrale rol spelen in energietransitie

Rutte III wil het makkelijker maken voor buurtbewoners om zich aan te sluiten bij lokale energiecoöperaties. En dat is hoog tijd, zeggen betrokkenen. Het Nederlandse energielandschap telt steeds meer van deze burgerinitiatieven, maar het lukt ze lang niet altijd om groter te groeien. Overheidsbeleid zit daarbij vaak in de weg.

Herbayum is een Fries dorpje op fietsafstand van Harlingen met zo’n 250 inwoners. Er is een kaatsbaan, een dorpscafé en binnenkort ook de eerste Buurtmolen van Nederland. De door zwaaiende wieken opgewekte stroom is alleen bestemd voor buurtbewoners. De Buurtmolen is een grotendeels ge-crowdfund ‘postcoderoosproject’ van energieleverancier Qurrent.

Alle afnemers van stroom van de Buurtmolen worden automatisch lid van de Buurtmolen Coöperatie en mede-eigenaar van de molen. Eén van hen is Frank Stadhouders, lokale beleidsadviseur en eigenaar van B&B Boppe in de nabijgelegen kaasstad Franeker. “Ik vind het idee dat ik straks langs mijn eigen molen fiets geweldig. Zo creëer je draagvlak voor windmolens, door mensen te laten participeren in zo’n project.”

Frank Stadhouders uit Herbayum is straks mede-eigenaar van de eerste Buurtmolen. Die windmolen speciaal voor buurtbewoners is een mooie stap richting meer zeggenschap over de eigen energievoorziening, maar Stadhouders heeft er wel een paar kanttekeningen bij.

“Een dorpsmolen is niet nieuw in Friesland. Het verschil is dat de investeringen voor een dorpsmolen door de dorpsbewoners worden opgebracht, vaak samen met een boer op wiens land de molen komt te staan. Zo levert het streekbewoners uiteindelijk veel meer op. Bij de Buurtmolen zijn omwonenden niet eerst ingelicht over de mogelijkheid om ook te investeren in de molen. Nu ben ik alleen afnemer van stroom en krijg ik korting op mijn energierekening; ik had graag ook van het rendement van de molen willen profiteren.”

Coöperatie-explosie

De Buurtmolen is een voorbeeld van een energiecoöperatie, met als verschil dat hier de omwonenden door Qurrent bij elkaar zijn gebracht. De meeste energiecoöperaties worden door bewoners zelf opgericht. Ze wekken hun eigen stroom op, of kopen voor een voordelige prijs groene stroom in van een energieleverancier.

Samen wekken lokale energiecoöperaties genoeg duurzame stroom op voor 85.000 huishoudens.

Op zo’n manier aan je stroom komen wordt steeds populairder; het aantal Nederlandse energiecoöperaties neemt exponentieel toe. In 2017 telt ons land 392 energiecoöperaties volgens de Lokale Energie Monitor; 60 meer dan vorig jaar. Samen wekken ze genoeg duurzame stroom op voor 85.000 huishoudens.

Veelal beginnen inwoners een coöperatie omdat ze zelf willen bepalen waar hun energie vandaan komt. “Coöperaties ontspruiten meestal uit de wens van burgers om zeggenschap te krijgen over de lokale duurzame energie en de geldstromen die daarmee gepaard gaan”, stelt Siward Zomer, directeur van belangenvereniging ODE Decentraal en voorzitter van energiecoöperatie De Windvogel.

Maar ondanks dat coöperaties voor meer lokale autonomie zorgen én draagvlak voor energieprojecten creëren, waardeert de overheid ze volgens Zomer onvoldoende. Er wordt te weinig gedaan om het opstarten van een coöperatie aantrekkelijk te maken, vindt Zomer. Dat maakt dat de Nederlandse energiecoöperaties vaak nog niet tot volle wasdom komen.

Wat is er voor nodig om de initiatieven succesvoller te maken? Dat begint met leren van hoe de overheid in andere landen naar energiecoöperaties kijkt, en het toegankelijker maken van ingewikkelde subsidieregelingen.

Leren van Duitsland en Italië

Marieke Oteman, promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen en voormalig bestuurslid van ODE, deed samen met twee andere geografen onderzoek naar de ontwikkeling van energiecoöperaties in Nederland. Daarin schrijven ze dat de groei van energiecoöperaties beleidsafhankelijk is. De Nederlandse overheid biedt volgens hen weinig prikkels in vergelijking tot andere landen in Europa. Oteman: “Het opstarten van een coöperatie moet financieel aantrekkelijk zijn. Duitsland heeft dat door, met name sinds de Energiewende.” Hoewel er ook kritiek is op de duurzame omslag binnen het Duitse energiesysteem, is deze wel bevorderlijk voor coöperaties.

“De Duitse overheid, evenals de Italiaanse, geeft producenten minimaal een bepaald aantal centen per gegenereerd kilowattuur groene stroom. Er worden ook opstartsubsidies en mentorprogramma’s voor coöperaties aangeboden. Deze overheidssteun kent legitimiteit toe aan lokale energie-initiatieven, dat is ook erg belangrijk”, stelt Oteman.

Energieproductie wordt in ons kikkerlandje helaas van bovenaf bepaald

Het Nederlandse energiebeleid, concluderen Oteman en haar mede-onderzoekers, houdt te weinig rekening met het lokale, kleinschalige karakter van energiecoöperaties. Dat beleid wordt bepaald door de nationale overheid en door grote marktspelers. Het is met name gericht op grootschalige energieproductieprojecten met een forse winstmarge. Oteman: “Energieproductie wordt in ons kikkerlandje helaas van bovenaf bepaald.”

Ingewikkelde subsidieregelingen

Uit het Nijmeegse onderzoek blijkt hoe belangrijk het financiële aspect is voor het opstarten van een energiecoöperatie; er moet geld beschikbaar zijn. Nu wordt dat geld in Nederland ook wel geboden, in de vorm van twee subsidieregelingen, maar dat gaat niet altijd goed.

De SDE-subsidie, voornamelijk bedoeld voor grootschalige projecten, zette in 2017 de meeste zoden aan de dijk. Toch is de aanvraag van de SDE+ een kostbare en complexe procedure voor veel coöperaties. Daarnaast is er ieder jaar opnieuw een budgettekort, waardoor veel projecten voor aanvang stranden. Zo vertelt Rico Bouw van Enwire, een marktplaats voor lokaal opgewekte energie: “Kolencentrales harkten vorig jaar ruim veertig procent van de SDE-pot binnen voor de bijstook van biomassa; dat geld liepen zon- en windcoöperaties mis.” Bovendien wil Rutte III CO2-opslag door industriële bedrijven ook subsidiëren vanuit SDE+. Daardoor zou er nóg minder geld in de pot overblijven. Maar Klimaatminister Wiebes heeft inmiddels gezegd dat dat niet kan.

Een andere regeling die geschikt is voor energiecoöperaties, is de postcoderoos. Met een postcoderoos wordt een afgebakend gebied bedoeld waarbinnen een lokale energiecoöperatie haar deelnemers kan werven omdat zij -bij deelname- recht hebben op teruggave van de energiebelasting.

In de praktijk is de ‘postcoderoosregeling’ erg beperkend

Maar ook de aanvraag van de postcoderoos heeft heel wat voeten in de aarde. Alleen omwonenden van een energieproductieproject komen in aanmerking voor de betreffende postcoderoos. “De officiële reden hiervoor is het behoud van het lokale karakter van coöperaties, maar in de praktijk is de regeling erg beperkend”, zegt Marieke Oteman. “Zo was het eerste postcoderoos-zonnepark helemaal niet rendabel. Energiecoöperatie Morgen Groene Energie in Eindhoven moest subsidie op subsidie stapelen om een redelijke businesscase te hebben.”

Hoewel overheidsbeleid volgens betrokkenen meer gaten vertoont dan de Friese Tynjetaler, biedt de markt een mogelijke uitweg voor energiecoöperaties met groeiambities. Steeds vaker sluiten de coöperaties partnerschappen met energieleveranciers.

Ontwikkelingen

Hoe moet het dan wel? Het grootste struikelblok is de projectontwikkeling, volgens Rico Bouw. Een geschikte locatie vinden, vergunningen verkrijgen, financiering van het project en voldoen aan de subsidie-eisen; dit zijn allemaal dingen die kennis en tijd vergen, stelt Bouw. De oplossing zit volgens Marieke Oteman en Siward Zomer in de vereenvoudiging van de subsidieregelingen en in de aanvulling van de pot voor lokale energieprojecten.En ook andere maatregelen vanuit de overheid, zoals mentorschap, dragen bij aan de legitimiteit van coöperaties.

Er is een transitie binnen de overheid nodig, nadat EZ jarenlang op schoot zat bij Shell

Een aantal dingen gaan al wel de goede kant op, merken ze. Oteman: “De ruimtelijke bepalingen, van toegestane postcodes bij de postcoderoos, zijn inmiddels versoepeld.” De projecten hoeven niet meer precies een cirkel van postcodes te beslaan. En Zomer bespeurt een kentering die op gang komt bij het ministerie van Economische Zaken. “Er is een transitie binnen de overheid nodig, nadat EZ jarenlang op schoot zat bij Shell.” Alle energie werd gestoken in grootschalige projecten, onder andere van Shell. Maar nu de overheid doorheeft dat het lastig is om draagvlak te creëren voor met name windmolens, merkt Zomer dat er vanuit de overheid meer interesse ontstaat voor coöperaties.

Opgewekte toekomst

En het nieuwe regeerakkoord, is dat hoopgevend? Daarin staat geschreven dat er een aparte regeling komt voor energiecoöperaties, die het makkelijker moet maken voor omwonenden om deel te nemen aan duurzame energieprojecten in hun directe omgeving. ODE Decentraal is daar op zich blij mee, maar het moet nog duidelijk worden wat die regeling precies gaat inhouden.

Een woordvoerder van Economische Zaken & Klimaat meldt verder dat de limiet (25 PJ) op bij- en meestook van biomassa is bereikt, waardoor deze categorie sinds dit najaar niet meer is opengesteld voor subsidie uit SDE+. “De komende perioden kan een aanzienlijk deel van de subsidie aan zonnepanelen of wind op land worden toegekend, waaronder aanvragen van energiecoöperaties”, verwacht de woordvoerder. Of daarbij ook de aanvragen minder complex worden gemaakt, moet nog blijken.

Gevraagd naar zijn toekomstbeeld van het Nederlandse energiesysteem, zegt Zomer: “Ik zie grootschalig wind op zee voor me, met een heel diverse decentrale markt, waarin dorpen en gemeenten tot zo’n 50% van de lokale productie voor eigen rekening nemen.” Oteman wil vooral eerlijke kansen zien voor burgers: “Wat ze daar vervolgens mee doen is aan hen. Maar geef ze de kans. Sommige gemeenschappen zullen dan zelfvoorzienend zijn en andere niet.” Bouw hoopt op een omslag: “Mensen moeten actief gaan vragen naar lokale energie.” Er is dus een toekomst voor lokale energie in Nederland, maar zonder meer steun van de overheid, krijgt deze heel moeizaam vorm.

Bekijk hier het originele artikel
Geeft overheid energiecoöperaties een eerlijke kans?18-12-2017

Coöperaties kunnen (de)centrale rol spelen in energietransitie

Rutte III wil het makkelijker maken voor buurtbewoners om zich aan te sluiten bij lokale energiecoöperaties. En dat is hoog tijd, zeggen betrokkenen. Het Nederlandse energielandschap telt steeds meer van deze burgerinitiatieven, maar het lukt ze lang niet altijd om groter te groeien. Overheidsbeleid zit daarbij vaak in de weg.

Herbayum is een Fries dorpje op fietsafstand van Harlingen met zo’n 250 inwoners. Er is een kaatsbaan, een dorpscafé en binnenkort ook de eerste Buurtmolen van Nederland. De door zwaaiende wieken opgewekte stroom is alleen bestemd voor buurtbewoners. De Buurtmolen is een grotendeels ge-crowdfund ‘postcoderoosproject’ van energieleverancier Qurrent.

Alle afnemers van stroom van de Buurtmolen worden automatisch lid van de Buurtmolen Coöperatie en mede-eigenaar van de molen. Eén van hen is Frank Stadhouders, lokale beleidsadviseur en eigenaar van B&B Boppe in de nabijgelegen kaasstad Franeker. “Ik vind het idee dat ik straks langs mijn eigen molen fiets geweldig. Zo creëer je draagvlak voor windmolens, door mensen te laten participeren in zo’n project.”

Frank Stadhouders uit Herbayum is straks mede-eigenaar van de eerste Buurtmolen. Die windmolen speciaal voor buurtbewoners is een mooie stap richting meer zeggenschap over de eigen energievoorziening, maar Stadhouders heeft er wel een paar kanttekeningen bij.

“Een dorpsmolen is niet nieuw in Friesland. Het verschil is dat de investeringen voor een dorpsmolen door de dorpsbewoners worden opgebracht, vaak samen met een boer op wiens land de molen komt te staan. Zo levert het streekbewoners uiteindelijk veel meer op. Bij de Buurtmolen zijn omwonenden niet eerst ingelicht over de mogelijkheid om ook te investeren in de molen. Nu ben ik alleen afnemer van stroom en krijg ik korting op mijn energierekening; ik had graag ook van het rendement van de molen willen profiteren.”

Coöperatie-explosie

De Buurtmolen is een voorbeeld van een energiecoöperatie, met als verschil dat hier de omwonenden door Qurrent bij elkaar zijn gebracht. De meeste energiecoöperaties worden door bewoners zelf opgericht. Ze wekken hun eigen stroom op, of kopen voor een voordelige prijs groene stroom in van een energieleverancier.

Samen wekken lokale energiecoöperaties genoeg duurzame stroom op voor 85.000 huishoudens.

Op zo’n manier aan je stroom komen wordt steeds populairder; het aantal Nederlandse energiecoöperaties neemt exponentieel toe. In 2017 telt ons land 392 energiecoöperaties volgens de Lokale Energie Monitor; 60 meer dan vorig jaar. Samen wekken ze genoeg duurzame stroom op voor 85.000 huishoudens.

Veelal beginnen inwoners een coöperatie omdat ze zelf willen bepalen waar hun energie vandaan komt. “Coöperaties ontspruiten meestal uit de wens van burgers om zeggenschap te krijgen over de lokale duurzame energie en de geldstromen die daarmee gepaard gaan”, stelt Siward Zomer, directeur van belangenvereniging ODE Decentraal en voorzitter van energiecoöperatie De Windvogel.

Maar ondanks dat coöperaties voor meer lokale autonomie zorgen én draagvlak voor energieprojecten creëren, waardeert de overheid ze volgens Zomer onvoldoende. Er wordt te weinig gedaan om het opstarten van een coöperatie aantrekkelijk te maken, vindt Zomer. Dat maakt dat de Nederlandse energiecoöperaties vaak nog niet tot volle wasdom komen.

Wat is er voor nodig om de initiatieven succesvoller te maken? Dat begint met leren van hoe de overheid in andere landen naar energiecoöperaties kijkt, en het toegankelijker maken van ingewikkelde subsidieregelingen.

Leren van Duitsland en Italië

Marieke Oteman, promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen en voormalig bestuurslid van ODE, deed samen met twee andere geografen onderzoek naar de ontwikkeling van energiecoöperaties in Nederland. Daarin schrijven ze dat de groei van energiecoöperaties beleidsafhankelijk is. De Nederlandse overheid biedt volgens hen weinig prikkels in vergelijking tot andere landen in Europa. Oteman: “Het opstarten van een coöperatie moet financieel aantrekkelijk zijn. Duitsland heeft dat door, met name sinds de Energiewende.” Hoewel er ook kritiek is op de duurzame omslag binnen het Duitse energiesysteem, is deze wel bevorderlijk voor coöperaties.

“De Duitse overheid, evenals de Italiaanse, geeft producenten minimaal een bepaald aantal centen per gegenereerd kilowattuur groene stroom. Er worden ook opstartsubsidies en mentorprogramma’s voor coöperaties aangeboden. Deze overheidssteun kent legitimiteit toe aan lokale energie-initiatieven, dat is ook erg belangrijk”, stelt Oteman.

Energieproductie wordt in ons kikkerlandje helaas van bovenaf bepaald

Het Nederlandse energiebeleid, concluderen Oteman en haar mede-onderzoekers, houdt te weinig rekening met het lokale, kleinschalige karakter van energiecoöperaties. Dat beleid wordt bepaald door de nationale overheid en door grote marktspelers. Het is met name gericht op grootschalige energieproductieprojecten met een forse winstmarge. Oteman: “Energieproductie wordt in ons kikkerlandje helaas van bovenaf bepaald.”

Ingewikkelde subsidieregelingen

Uit het Nijmeegse onderzoek blijkt hoe belangrijk het financiële aspect is voor het opstarten van een energiecoöperatie; er moet geld beschikbaar zijn. Nu wordt dat geld in Nederland ook wel geboden, in de vorm van twee subsidieregelingen, maar dat gaat niet altijd goed.

De SDE-subsidie, voornamelijk bedoeld voor grootschalige projecten, zette in 2017 de meeste zoden aan de dijk. Toch is de aanvraag van de SDE+ een kostbare en complexe procedure voor veel coöperaties. Daarnaast is er ieder jaar opnieuw een budgettekort, waardoor veel projecten voor aanvang stranden. Zo vertelt Rico Bouw van Enwire, een marktplaats voor lokaal opgewekte energie: “Kolencentrales harkten vorig jaar ruim veertig procent van de SDE-pot binnen voor de bijstook van biomassa; dat geld liepen zon- en windcoöperaties mis.” Bovendien wil Rutte III CO2-opslag door industriële bedrijven ook subsidiëren vanuit SDE+. Daardoor zou er nóg minder geld in de pot overblijven. Maar Klimaatminister Wiebes heeft inmiddels gezegd dat dat niet kan.

Een andere regeling die geschikt is voor energiecoöperaties, is de postcoderoos. Met een postcoderoos wordt een afgebakend gebied bedoeld waarbinnen een lokale energiecoöperatie haar deelnemers kan werven omdat zij -bij deelname- recht hebben op teruggave van de energiebelasting.

In de praktijk is de ‘postcoderoosregeling’ erg beperkend

Maar ook de aanvraag van de postcoderoos heeft heel wat voeten in de aarde. Alleen omwonenden van een energieproductieproject komen in aanmerking voor de betreffende postcoderoos. “De officiële reden hiervoor is het behoud van het lokale karakter van coöperaties, maar in de praktijk is de regeling erg beperkend”, zegt Marieke Oteman. “Zo was het eerste postcoderoos-zonnepark helemaal niet rendabel. Energiecoöperatie Morgen Groene Energie in Eindhoven moest subsidie op subsidie stapelen om een redelijke businesscase te hebben.”

Hoewel overheidsbeleid volgens betrokkenen meer gaten vertoont dan de Friese Tynjetaler, biedt de markt een mogelijke uitweg voor energiecoöperaties met groeiambities. Steeds vaker sluiten de coöperaties partnerschappen met energieleveranciers.

Ontwikkelingen

Hoe moet het dan wel? Het grootste struikelblok is de projectontwikkeling, volgens Rico Bouw. Een geschikte locatie vinden, vergunningen verkrijgen, financiering van het project en voldoen aan de subsidie-eisen; dit zijn allemaal dingen die kennis en tijd vergen, stelt Bouw. De oplossing zit volgens Marieke Oteman en Siward Zomer in de vereenvoudiging van de subsidieregelingen en in de aanvulling van de pot voor lokale energieprojecten.En ook andere maatregelen vanuit de overheid, zoals mentorschap, dragen bij aan de legitimiteit van coöperaties.

Er is een transitie binnen de overheid nodig, nadat EZ jarenlang op schoot zat bij Shell

Een aantal dingen gaan al wel de goede kant op, merken ze. Oteman: “De ruimtelijke bepalingen, van toegestane postcodes bij de postcoderoos, zijn inmiddels versoepeld.” De projecten hoeven niet meer precies een cirkel van postcodes te beslaan. En Zomer bespeurt een kentering die op gang komt bij het ministerie van Economische Zaken. “Er is een transitie binnen de overheid nodig, nadat EZ jarenlang op schoot zat bij Shell.” Alle energie werd gestoken in grootschalige projecten, onder andere van Shell. Maar nu de overheid doorheeft dat het lastig is om draagvlak te creëren voor met name windmolens, merkt Zomer dat er vanuit de overheid meer interesse ontstaat voor coöperaties.

Opgewekte toekomst

En het nieuwe regeerakkoord, is dat hoopgevend? Daarin staat geschreven dat er een aparte regeling komt voor energiecoöperaties, die het makkelijker moet maken voor omwonenden om deel te nemen aan duurzame energieprojecten in hun directe omgeving. ODE Decentraal is daar op zich blij mee, maar het moet nog duidelijk worden wat die regeling precies gaat inhouden.

Een woordvoerder van Economische Zaken & Klimaat meldt verder dat de limiet (25 PJ) op bij- en meestook van biomassa is bereikt, waardoor deze categorie sinds dit najaar niet meer is opengesteld voor subsidie uit SDE+. “De komende perioden kan een aanzienlijk deel van de subsidie aan zonnepanelen of wind op land worden toegekend, waaronder aanvragen van energiecoöperaties”, verwacht de woordvoerder. Of daarbij ook de aanvragen minder complex worden gemaakt, moet nog blijken.

Gevraagd naar zijn toekomstbeeld van het Nederlandse energiesysteem, zegt Zomer: “Ik zie grootschalig wind op zee voor me, met een heel diverse decentrale markt, waarin dorpen en gemeenten tot zo’n 50% van de lokale productie voor eigen rekening nemen.” Oteman wil vooral eerlijke kansen zien voor burgers: “Wat ze daar vervolgens mee doen is aan hen. Maar geef ze de kans. Sommige gemeenschappen zullen dan zelfvoorzienend zijn en andere niet.” Bouw hoopt op een omslag: “Mensen moeten actief gaan vragen naar lokale energie.” Er is dus een toekomst voor lokale energie in Nederland, maar zonder meer steun van de overheid, krijgt deze heel moeizaam vorm.

Bekijk hier het originele artikel